
“Je mag alles voelen, en ik ga je ook uitnodigen om écht te kijken naar wat je liever vermijdt.”
Veel mensen die bij mij in de praktijk komen, zijn gewend om het zelf op te lossen. Ze zijn sterk, slim, gevoelig — en vaak ook streng voor zichzelf. Ze hebben al veel geprobeerd, gelezen, misschien zelfs therapie gevolgd. Maar toch blijven bepaalde patronen zich herhalen.
En juist daar begint het échte werk.
Ik werk met confronterende compassie. Wat dat betekent?
Dat je bij mij alles mag voelen, denken en zeggen — zonder oordeel. Maar dat ik je ook uitnodig om eerlijk te kijken naar wat er echt speelt. Naar die innerlijke stem die je klein houdt. Naar het patroon dat je steeds weer doet aanpassen of pleasen. Naar de schaduwkant die je liever wegdrukt, maar die stiekem de touwtjes in handen heeft.
Dat kan spannend zijn, soms zelfs pijnlijk.
Het is nooit hard, geen druk of pushen.
Juist door te vertragen en met liefdevolle aandacht te kijken naar wat er in jou leeft, ontstaat er ruimte.
Ruimte voor bewustzijn, zachtheid en voor keuzemogelijkheden.
Ik stel vragen, spiegel en ik maak gebruik van wat mijn intuïtie mij laat zien.
En soms benoem ik precies dat wat je eigenlijk liever niet wilde horen, niet om je te confronteren, maar om je dichter bij jezelf te brengen.
Confronterende compassie is niet het tegenovergestelde van veiligheid.
Het is veiligheid, omdat je mag landen in wat er echt is. En je ontdekt dat je niets meer hoeft te vermijden.
Want hoe zou het zijn…
als je niet langer weg hoeft te kijken van jezelf?

