Niet groter, niet kleiner: Precies Jij

Er is een thema dat ik in bijna ieder mens tegenkom. Soms luid en duidelijk aanwezig, soms verscholen in de onderstroom: ben ik wel goed zoals ik ben?

We worden niet blanco geboren, in een lege ruimte. We worden geboren in een systeem. In een familie, in een gezin met een geschiedenis.
Met uitgesproken en onuitgesproken regels. Verwachtingen, overtuigingen, loyalitieten die vaak al generaties lang meegaan.

Misschien werd er wel gezegd dat je niet zo slim was. Of dat je “wel erg serieus” bent. Of kreeg je het gevoel dat je te gevoelig was, of was je juist te aanwezig.

Wat er gezegd en niet gezegd maar wel gevoeld wordt nestelt zich in je systeem, in je lichaam.
Ze worden overtuigingen, jouw waarheid.
Het is een soort deken die je erover je heen legt.
Altijd met een functie, soms beschermend, vaak beperkend.

In de aanloop naar mijn opstellingendagen hoor ik het vaak terug:
“Ik vind het spannend.”
“Wat als ik het niet kan?”
“Wat als ik niets voel?”
“Wat als ik het verkeerd doe?”

Aan de oppervlakte lijken dit praktische zorgen. Onder deze zinnen en gedachten ligt vaak iets diepers: ANGST
Voor het onbekende, om er niet bij horen. Angst om afgewezen te worden, of om buiten de groep te vallen.

Systemisch gezien is dat niet vreemd.
Erbij horen, ingesloten worden, is een van onze diepste drijfveren. Buitensluiting is geen klein ongemak, het is existentieel, dus passen we ons aan en verlaten onszelf.
Je wordt stiller of gaat juist de strijd aan. Je gaat zorgen voor of je wordt onzichtbaar. Dit zijn allemaal aanpassingen die je doet om de verbinding te behouden.

En ergens onderweg raak je juist de verbinding met jezelf kwijt.
Wie ben jij en wie wil je zijn?

Het is verleidelijk om die angst bij de ander weg te willen nemen. Om gerust te stellen, te overtuigen, te verzachten. Gerust te stellen, te overtuigen of te sussen.

Toch doe ik dit niet.
Niet omdat ik onverschillig ben, maar juist omdat ik respect hebt voor ieders eigen plek en verantwoordelijkheid.
Als ik ga redden neem ik iets over wat niet van mij is. Dan ontneem ik de ander de kans om zelf te ervaren wat hij of zij kan en wil dragen.

Wat ik wél doe, is afstemmen.
Ik deel wat ik zie, voel en ervaar, ik nodig uit en spiegel. Ik benoem wat zich aandient en blijf in contact. De keuze laat ik altijd bij de ander.

Dat vraagt ook iets van mij, dat ik zelf op mijn plek blijf staan. Dat mijn woorden kloppen met mijn gevoel. Dat ik niet groter doe dan ik ben en mezelf ook niet kleiner maak. Congruentie is voor mij geen techniek, wel een voorwaarde. om die spanning kwijt te raken.

Ik weet hoe het is om veiligheid te missen, om te voelen dat woorden niet helemaal overeenkomen met wat eronder leeft.
Juist dat is waarom het voor mij essentieel is om zuiver te zijn in wat ik breng. Dat geeft rust en vertrouwen.

Wanneer jij durft te staan voor wie je bent, verandert er niet alleen iets in jou. Het werkt door in relaties, je gezin, in het systeem waar jij onderdeel van bent.
Misschien is dat wel de stille kracht van congruentie.