Zijn wie je bent

Er is een thema die ik in bijna ieder mens tegenkom.
Soms luid en duidelijk aanwezig, soms verscholen in de onderstroom: ben ik wel goed zoals ik ben?

Wie je bent, is niet in één moment ontstaan. Je bent gevormd door je opvoeding, je schooltijd, door je vriendschappen, door alles wat er wel en niet werd uitgesproken. Zo groei je op in een systeem met uitgesproken en onuitgesproken regels.
Met verwachtingen, loyaliteiten en overtuigingen die vaak al generaties lang meegaan.

Misschien werd er gezegd dat je niet zo slim was, of dat je veel te serieus bent of te gevoelig. Of werd er juist gezegd dat je juist te veel aanwezig was. Zinnen als deze nestelen zich in je hoofd, maar ook in je lichaam. Ze worden overtuigingen en jij ziet ze als waarheden. Als een soort van deken worden ze over je heen gelegd, als bescherming. Systemische gezien dragen we ook iets mee uit vorige generaties. Voor nu wil ik graag dichtbij jou blijven. Bij hoe jij nu in het leven staat. Ervaar je de overtuigingen als beschermend of als beperkend, of kun je ook beide kanten zien?

In de aanloop naar de systemische opstellingendagen hoor ik het vaak terug: “Ik vind het spannend” “Wat als ik het niet kan” “Wat als ik het verkeerd doe” “Wat als ik helemaal niets voel”

Aan de oppervlakte lijken het praktische zorgen, niets is minder waar, onder deze gedachten liggen bijna altijd diepere lagen: Angst voor het onbekende, Angst om afgewezen te worden, Angst om er niet bij te horen of door de mand te vallen.

Dat is vanuit systemische oogpunt ook helemaal niet vreemd. Erbij horen is één van de diepste drijfveren. Als kind is buitensluiting geen klein ongemak, het is existentieel. Hier begint het aanpassen, je wordt stiller, maakt je onzichtbaar of je maakt je juist groter en gaat de strijd aan. Dit alles met slechts één doel: de verbinding behouden.
En ergens onderweg raken we daardoor vaak de verbinding kwijt, met name bij onszelf. En wanneer je de verbinding met jezelf verliest wordt het ook steeds moeilijker de verbinding met de ander te maken.

Als ik de angst zie, hoor en voel bij de ander, in dit geval in de aanloop naar de opstellingendagen is het verleidelijk om de angst weg te nemen. Om te zeggen: “het komt goed” Om te sussen, te overtuigen, gerust te stellen.

Toch doe ik dit niet.

Niet omdat ik onverschillig ben, juist omdat ik respect heb voor ieders plek en verantwoordelijkheid. En de angst laat je iets zien, is er om je te helpen en te beschermen.
Als ik ga redden, neem ik iets over wat niet van mij is. Dan ontneem ik de ander de kans om zelf te ervaren of hij of zij het kan dragen.

Wat ik wel doe, is afstemmen. Ik deel wat ik zie, hoor en voel en benoem wat zich aandient. Ik blijf in contact, in verbinding en ik laat de keuze altijd bij de ander.
Dit vind ik belangrijk om veiligheid en bedding te kunnen bieden waar de ander zelf kan bepalen wat hij/zij wil en nodig heeft.

Dit vraagt ook iets van mij, het vraagt van mij dat ik op mijn eigen plek blijf staan. Dat mijn woorden kloppen met mijn gevoel en met mijn non verbale houding. Dat ik niet groter doe dan ik ben en mezelf ook niet kleiner maak.
Congruentie is voor mij geen techniek, maar een voorwaarde.

Ik weet hoe het is om die veiligheid te missen. Om, te voelen dat woorden niet helemaal overeenkomen wat eronder leeft. Het is voor mij essentieel om zuiver te zijn. Dit geeft rust en vertrouwen, de basis van waaruit ik werk.

En ja, ik vind het soms ook nog heel spannend.

Wanneer ik me laat zien, wanneer ik iets persoonlijks deel, wanneer ik sta voor wat ik te brengen heb.
De kunst is niet om die spanning kwijt te raken, de kunst is om ermee te kunnen zijn.
Door simpelweg te zeggen:
“Ik vind het spannend”
“Ik ben bang niet begrepen te worden”
Op het moment dat je het uitspreekt, verschuift er iets. Je zenuwstelsel ontspant een fractie, je ademhaling wordt dieper. Wat een grote, allesoverheersende golf leek, wordt dan iets wat je kunt dragen.

De stille kracht van confronterende compassie

“Je mag alles voelen, en ik ga je ook uitnodigen om écht te kijken naar wat je liever vermijdt.”

Veel mensen die bij mij in de praktijk komen, zijn gewend om het zelf op te lossen. Ze zijn sterk, slim, gevoelig — en vaak ook streng voor zichzelf. Ze hebben al veel geprobeerd, gelezen, misschien zelfs therapie gevolgd. Maar toch blijven bepaalde patronen zich herhalen.
En juist daar begint het échte werk.

Ik werk met confronterende compassie. Wat dat betekent?
Dat je bij mij alles mag voelen, denken en zeggen — zonder oordeel. Maar dat ik je ook uitnodig om eerlijk te kijken naar wat er echt speelt. Naar die innerlijke stem die je klein houdt. Naar het patroon dat je steeds weer doet aanpassen of pleasen. Naar de schaduwkant die je liever wegdrukt, maar die stiekem de touwtjes in handen heeft.

Dat kan spannend zijn, soms zelfs pijnlijk.
Het is nooit hard, geen druk of pushen.
Juist door te vertragen en met liefdevolle aandacht te kijken naar wat er in jou leeft, ontstaat er ruimte.
Ruimte voor bewustzijn, zachtheid en voor keuzemogelijkheden.

Ik stel vragen, spiegel en ik maak gebruik van wat mijn intuïtie mij laat zien.
En soms benoem ik precies dat wat je eigenlijk liever niet wilde horen, niet om je te confronteren, maar om je dichter bij jezelf te brengen.

Confronterende compassie is niet het tegenovergestelde van veiligheid.
Het is veiligheid, omdat je mag landen in wat er echt is. En je ontdekt dat je niets meer hoeft te vermijden.

Want hoe zou het zijn…
als je niet langer weg hoeft te kijken van jezelf?

Overgave klinkt leuk, totdat je het echt hebt te doen.

Over angst, vertrouwen, overgave en alles ertussen.

Laat ik maar eerlijk beginnen:
Ik ken ook angst.

Niet alleen de plotselinge, schrikkerige variant — maar ook die stille, taaie vorm.
De angst die zich meer vastzet in je borst, die je adem kleiner maakt.
Die je ’s nachts wakker houdt, je hoofd laat draaien in rondjes
en je fluistert dat je er nog niet klaar voor bent.
Dat je beter moet zijn, voorzichtiger en niet te open moet zijn.

Ik heb jaren naar die stem geluisterd en ergens geloofde ik dat als waarheid en daardoor dacht ik dat het ‘veilig’ was.
Dat het me hielp om controle te houden en vooral niet te veel te voelen en te laten zien.

Tot ik merkte:
die controle kost me meer dan dat het me iets oplevert.
Mijn energie, rust en mijn plezier leiden eronder.

Angst doet zich vaak voor als de waarheid.

Dat maakt het ingewikkeld, want angst klinkt overtuigend.
Ze doet zich voor als realistisch, verstandig, beschermend.

“Wacht nog even.” “Zeg dat maar niet hardop.” “Wat als het fout gaat?”
“Straks vinden ze je te veel.” Zijn zo wat stemmetjes die je vertellen dat je het vooral niet moet gaan doen.

Meestal is de angst niet de waarheid.
Het is een echo, van oude pijn en oude verhalen.
Van overtuigingen die je ooit zijn aangeleerd, of die je jezelf bent gaan vertellen om je staande te houden, om te overleven.

En daar is niks zwaks aan.
Angst heeft je ooit geholpen en beschermd.
Nu mag je je afvragen:
Wil ik me nog steeds door angst laten leiden? Of kies ik NU anders?

Vertrouwen voelt niet altijd rustig.

Soms denken we dat vertrouwen hetzelfde is als kalmte.
En dat is een misverstand.

Vertrouwen voelt soms juist kwetsbaar, onzeker en misschien zelfs wel onveilig.
Alsof je met trillende benen een stap zet in het onbekende,
zonder te weten of er grond onder je voeten is.

Vertrouwen is geen besluit dat je één keer neemt.
Het is een keuze die je steeds opnieuw maakt.
Juist als je het spannend vindt en alles in je lijf wil terugtrekken.

Het is zeggen tegen jezelf:

“Ik weet het nu even niet en dat is oké, ik kies ervoor om nu niet vanuit angst te reageren.”
“Ik vertrouw dat ik alles in mij heb om te doen wat er nodig is, wat er ook gebeurt.”

Dat vraagt moed en mildheid. En soms heb je daar hulp bij nodig, ook al los je het allemaal het liefste zelf op.

Overgave is geen zweverig concept, het is rauw en echt.

Overgave klinkt vaak als iets groots en wordt vaak gekoppeld aan iets zweverigs, iets spiritueels.
Maar voor mij is het iets wat bij het leven hoort, wat levenslust geeft.

Overgave is: stoppen met vechten tegen wat er is.
Niet in de passieve zin, meer in de zin van:
Ik hoef niet hard te werken en het te fixen.

Soms betekent overgave dat je huilt,
zonder je tranen meteen weg te willen verklaren.
Of dat je zegt: “Ik weet het niet,” en daar gewoon even mee bent.

Het is een uitnodiging om verbinding te maken met jezelf, hoe jij je voelt.
Ook als het ongemakkelijk is of als je hoofd nog op aan staat.
En ook wanneer de angst er nog steeds is.

Misschien hoef je vandaag niets op te lossen.

Misschien hoef je jezelf vandaag niet te verbeteren.
Niet te snappen waar het vandaan komt.
Niet te zoeken naar het juiste antwoord.

Misschien is vandaag al genoeg om even te voelen:
hé, ik ben er nog.
En dat alles wat er is,
de angst, de twijfel, de moeheid, het verlangen,
er ook mag zijn.

En als je voelt: hier wil ik verder in zakken,
weet dan dat je welkom bent.
In een sessie, een groep of gewoon eerst in jezelf.

Want dit pad hoef je niet alleen te lopen.
En je hoeft het niet perfect te doen.

Je hoeft alleen te durven voelen.
En dát is al genoeg.

“Ik ben niet goed genoeg”  – waar komt dat gevoel eigenlijk vandaan?

Soms voel je het heel duidelijk. En soms merk je het alleen aan de onrust, de twijfel, of het continu willen presteren.
Die onderliggende overtuiging: “Ik ben niet goed genoeg.”
Waar komt dat eigenlijk vandaan?
In deze blog neem ik je mee in wat ik hier zelf in heb ontdekt — én wat ik in mijn werk met anderen dagelijks tegenkom.
Niet om het ‘probleem’ op te lossen, maar om je te laten voelen dat je niet de enige bent.
En dat er een weg naar rust en eigenwaarde mogelijk is, ook voor jou!

Niet goed genoeg zijn, het is een thema die mij niet vreemd is, een gedachte die ik zelf jarenlang met me meedroeg en nu af en toe nog aangeraakt word.
Soms luid en duidelijk aanwezig en op andere momenten zachtjes op de achtergrond.
Maar altijd bepalend, voor hoe ik mezelf liet zien (of juist niet).
Voor wat ik van mezelf mocht vinden en wat ik dacht dat ik waard was.

Ik wist lange tijd niet dat dit gevoel diep geworteld was.
Dat het niet zomaar ‘een onzekerheid’ was, maar een patroon dat ooit is ontstaan.
En dat ik dat patroon — onbewust — bleef herhalen.

De wortels liggen vaak in de jeugd

In mijn werk als systemisch en intuïtief coach zie ik dit bij zóveel mensen terug.
Het gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’ komt zelden uit het nu.
Vaak zijn de wortels te vinden in de kindertijd.
In subtiele, terugkerende ervaringen waarin je niet volledig gezien werd. Dat kan zijn in je ouderlijk huis of op school.
Allerlei situaties en omstandigheden waarin je leerde je aan te passen.
Om erbij te horen, de harmonie te bewaren en te voldoen aan verwachtingen die nooit echt uitgesproken werden, maar wél voelbaar waren.

Je ontwikkelde strategieën:
altijd je best doen, sterk zijn, voor anderen zorgen, je emoties inslikken.
Toen waren ze helpend, nu zijn ze vaak vermoeiend en energievretend.

Hoe dat eruitzag in mijn leven

Voor mij betekende het dat ik vooral bezig was met wat anderen nodig hadden.
Wat ik dacht dat er van mij werd verwacht.
Op een gegeven moment wist ik niet meer goed wat ík eigenlijk voelde of wilde.
Ik was altijd ‘aan’ en alert, in mijn hoofd.
Twijfelde aan mezelf, ook al had ik het rationeel allemaal prima voor elkaar.

Het besef dat dit voortkwam uit oude ervaringen en overtuigingen — en dat ik daarin een keuze had — veranderde alles.

Niet van de ene op de andere dag.
Maar stap voor stap, door ruimte te maken voor wat er in mij leefde.
Door te durven voelen.
En vooral: door mezelf toe te staan wél goed genoeg te zijn.
Precies zoals ik ben.

Wat ik jou wil meegeven

Als je jezelf hierin herkent: je bent niet alleen.
Dit patroon is niet ‘raar’ of ‘zwak’.
Het is een overlevingsstrategie, een patroon die ooit heel logisch was. En waarschijnlijk systemisch doorgegeven door je (voor) ouders, het is een manier van overleven zoals ze dat doen in jouw familielijn.

In mijn sessies kijken we samen waar jouw overtuigingen vandaan komen.
Systemisch, intuïtief én met beide voeten op de grond.
We brengen beweging in wat vastzit.
Zodat jij de keuze weer voelt: blijf ik herhalen wat mij ooit diende? Of mag het nu anders en kan ik een andere keuze te maken.

Je hoeft het niet alleen te doen.
En vergeet niet: je bent wél goed genoeg, ook als je dat nog niet helemaal kunt geloven.

Voel je welkom

Herken je jezelf in dit verhaal en voel je dat het tijd is om dichter bij jezelf te komen?
Je bent van harte welkom voor een vrijblijvende kennismakingssessie.
Een moment om elkaar te ontmoeten, te onderzoeken waar jij tegenaan loopt en te voelen of mijn manier van werken bij jou past. Ik neem graag de tijd voor je, zonder oordeel,
Ruimte voor jou en jouw verhaal.

Wanneer je grenzen mogen ademen.

We leren vaak dat grenzen stellen belangrijk is – en dat is ook zo. Grenzen geven duidelijkheid, rust en veiligheid. Maar soms worden diezelfde grenzen ook muren. Ze beschermen dan niet alleen, maar sluiten ook af.

In dit blog neem ik je mee in het verschil tussen gezonde grenzen en grenzen die je onbewust tegenhouden. En ik nodig je uit om te voelen: mag jouw grens een beetje ademen?

Grenzen zijn belangrijk, ze beschermen je.
Ze geven aan waar jij begint en de ander ophoudt.
En ze zorgen ervoor dat jij trouw kunt blijven aan jezelf.

Voor veel mensen voelt het stellen van grenzen als iets wat veiligheid creëert. Zeker als je lange tijd over je grenzen bent gegaan – of anderen daar overheen hebt laten gaan – kan het een hele overwinning zijn om ‘nee’ te zeggen.

Om ruimte in te nemen, om voor jezelf te kiezen.

En dat is ook belangrijk.
Grenzen mogen duidelijk zijn.
Maar soms… worden ze ook iets anders.

Een muur.
Een automatische ‘nee’.
Een rigide patroon van afsluiten, vermijden of klein blijven.

Ik zie het vaak in mijn praktijk: mensen die in het verleden hebben geleerd dat ze zichzelf moesten beschermen om niet gekwetst te worden.

Ze hebben hun grenzen gebouwd als een verdedigingsmuur en die muur heeft zijn werk gedaan. Hij heeft veiligheid geboden en dat was heel erg nodig.

Maar… soms vergeten we te kijken of die muur nu nog nodig is. Nu je volwassen bent en je beter om kan gaan met deze gevoelens en kwetsuren.

Grenzen mogen meebewegen met wie jij nu bent.

Soms houden ze niet alleen pijn buiten,
maar ook verbinding, groei en ontspanning.
En dat is zo jammer.

Dat betekent niet dat je je grenzen zomaar los moet laten of erover heen moet gaan, integendeel. Het betekent dat je je grenzen opnieuw mag verkennen en onderzoeken:

Waar beschermt deze grens mij voor? En klopt dat nog?

Je hoeft jezelf niet te forceren.
Het gaat niet om “over je grenzen gaan” – het gaat om bewust kiezen.

Een klein beetje rekken, een nieuwsgierige stap zetten.
Voelen of er ruimte is voor iets nieuws.

Want misschien kun je vandaag wél je grens een beetje laten ademen.
Misschien kun je je een beetje openen voor iets waar je stiekem al naar verlangt.
En misschien… ontdek je dan dat veiligheid ook bestaat binnen die stap.

Je zou jezelf de volgende vragen eens kunnen stellen:

  • Welke grens beschermt mij, en waarvoor?
  • Waar verlang ik eigenlijk naar, voorbij deze grens?
  • Wat heb ik nodig om me daarin veilig te voelen?

Je mag jezelf hierin serieus nemen én zacht zijn.
Je mag grenzen stellen én ze af en toe herzien.
Want echte veiligheid zit niet in het vasthouden aan wat je kent, maar in luisteren naar wat er nu is en voor jou klopt.

Geen schaduw zonder licht

Een persoonlijk verhaal over vallen, opstaan, veerkracht en vertrouwen.

Het jaar 2015 was een bijzonder jaar, het was het jaar waarin ik mijn onderneming inschreef bij de Kamer van Koophandel. Een jaar waarin ik eindelijk gehoor gaf aan mijn diepste verlangen: mijn eigen pad bewandelen. Maar 2015 werd ook het jaar waarin mijn wereld plotseling stil kwam te staan. Een onverwachte gebeurtenis trok de grond onder mijn voeten vandaan. Alles wat ik voor me zag, al mijn plannen en dromen, leek in een oogwenk te verdampen.

In juli van dat jaar maakte ik een reis die bedoeld was om mij dichter bij mezelf te brengen, om mij krachtiger te laten voelen. Het liep anders. In plaats daarvan raakte ik volledig de weg kwijt. De ervaringen die ik daar opdeed waren zo heftig dat ik bij terugkomst geen grip meer had op mijn eigen leven. Ik voelde me verloren, mijn toekomst leek een waas en ik wist niet meer wie ik was.

Wat volgde was een periode van vallen en opstaan. In de geborgenheid van mijn thuis, met mensen om me heen die van me hielden, begon ik langzaam weer de stukjes van mezelf op te rapen. Er waren dagen dat ik dacht dat ik het nooit zou redden, dat het duister zou blijven. Ergens diep van binnen bleef er een vonkje branden. Met mijn eigen veerkracht, de steun van mijn dierbaren en de moed om door te gaan, vond ik stukje bij beetje de weg terug naar mezelf.

Nu, tien jaar later, kijk ik terug en zie ik niet alleen de pijn en de worsteling, maar ook de groei die het me heeft gebracht. Ik heb geleerd dat ik sterker ben dan ik ooit dacht. Dat mijn eigen waarheid het belangrijkste kompas is dat ik bezit. Dat zelfs in de diepste dalen licht te vinden is, als je ervoor openstaat.

Niet iedereen begreep mijn pad, en dat heeft me vriendschappen gekost. Dat doet pijn. Tegelijkertijd heeft het ruimte gecreëerd voor nieuwe verbindingen, voor relaties die écht bij me passen, en voor een leven waarin ik trouw blijf aan mezelf.

Wat ik je wil meegeven, is dit: Het leven overkomt ons soms, en niet alles is maakbaar. Maar hoe je ermee omgaat, hoe je jezelf weer bij elkaar raapt en doorgaat, dát is waar jouw kracht ligt. Het is niet altijd makkelijk en soms lijkt de weg eindeloos, maar geloof me: je kunt hier sterker uitkomen. Houd vast aan jezelf, aan jouw eigen licht, en weet dat je krachtiger bent dan je nu misschien denkt.

Ik hoop dat mijn verhaal je inspireert om, hoe zwaar het ook is, te blijven geloven in jezelf en in je toekomst. Want zelfs in de grootste storm schuilt altijd een nieuw begin.

Wie je bent is meer dan wat je doet: Loskomen van labels

Het lijkt alsof we steeds vaker mensen definiëren door de labels die we hen geven. “Hij is een narcist.” “Zij is zo gevoelig.” “Hij is een meeloper” Dit zijn slechts enkele voorbeelden van uitspraken die ik regelmatig hoor. Elke keer stel ik mezelf dezelfde vraag: waar zijn deze labels op gebaseerd? Wat maakt dat we gedrag zo gemakkelijk koppelen aan iemands identiteit?

Als ik de gelegenheid heb, stel ik deze vraag ook hardop aan degene die zo’n uitspraak doet. Vaak blijft het antwoord uit, of blijft het oppervlakkig. Het lijkt alsof we onbewust geneigd zijn om gedrag te interpreteren als een vaststaand onderdeel van wie iemand is. Maar is dat eerlijk? Of zelfs behulpzaam?

Het gevaar van labels

Wanneer we gedrag aan identiteit verbinden, nemen we de mogelijkheid weg om gedrag in een breder perspectief te zien. Gedrag komt immers altijd ergens vandaan. Iemand die zelfverzekerd overkomt, kan diep van binnen worstelen met onzekerheid. Iemand die zich terugtrekt, heeft misschien moeite om zich veilig te voelen in sociale situaties. Door gedrag los te koppelen van identiteit, openen we de deur naar begrip — niet om alle gedrag goed te praten, maar om te ontdekken waar het vandaan komt.

In mijn praktijk zie ik dagelijks de gevolgen van een jeugd waarin gedrag structureel aan identiteit werd gekoppeld. Kinderen die vaak te horen kregen: “Je bent zo lui,” of “Waarom ben jij altijd zo moeilijk?”, dragen die woorden mee in hun volwassen leven. De overtuigingen “Ik ben niet goed genoeg” en “Ik kan het niet” zijn hardnekkige thema’s die hun oorsprong vinden in zulke kinderlijke conclusies.

Een persoonlijk voorbeeld

Onlangs zei mijn dochter iets dat me diep raakte: “Mama, jij zei altijd: ‘Ik vind dit gedrag absoluut niet oké en ik houd wel van je.’” Die woorden waren voor haar een bevestiging dat ze als persoon goed was, los van haar gedrag. Het herinnerde me eraan hoe belangrijk het is om kinderen — en ook volwassenen — die ruimte te geven. Door gedrag te benoemen zonder de persoon te veroordelen, geef je een boodschap van onvoorwaardelijke liefde en dat is zeker in de opvoeding naar kinderen toe noodzakelijk in mijn ogen.

Wat kunnen we anders doen?

Mijn wens is dat we minder snel oordelen en meer vragen stellen. Waarom lijkt iemand zo gevoelig? Wat schuilt er achter die zelfverzekerde uitstraling? Welke ervaring heeft dit gedrag gevormd?

Ik geloof dat we door oprechte nieuwsgierigheid en interesse kunnen bijdragen aan een samenleving waarin begrip en verbinding centraal staan. En dat begint bij kleine momenten: een open vraag, een oordeel inslikken, of simpelweg aanwezig zijn. Het betekent niet dat we alles moeten accepteren, maar dat we verder kijken dan het oppervlak.

Liefde en verbinding als missie

Mijn missie is om liefde te verspreiden en het oordelen los te laten. Laten we gedrag zien voor wat het is: een signaal, een reactie, een uiting. Niet een definitie van wie iemand is. Als we de moed hebben om het gesprek aan te gaan en te onderzoeken wat een persoon beweegt, ontstaat er meer begrip. En begrip is de sleutel tot verbinding.

Doe jij mee? Samen kunnen we een wereld bouwen waarin we elkaar niet beperken met labels, maar juist vrijmaken met vragen. Een wereld waarin gedrag niet langer bepaalt wie iemand is, maar waar liefde en verbinding de ruimte krijgen om te groeien.

Wat gebeurt er als je dood bent?

Het is een regenachtige dag in het vroege voorjaar van 1977. Ik ben een meisje met blonde haren, 4 jaar, vrolijk, onbevangen, nieuwsgierig, afvragend en ontdekkend. Ik zie mijn vader staan, achter het fornuis, hij is aan het koken. Hij maakt macaroni met gehaktballetjes, mijn lievelingseten. Hij kookte niet zo vaak, hij was weinig thuis, maar wanneer hij het doet is het ook écht bijzonder. Mijn moeder ligt op bed, voelt zich niet fit en heeft last van hoofpijn, dat gebeurt wel vaker. 

Ik herinner me dat ik voorzichtig en stil moest zijn, vooral geen lawaai maken.

“Wat gebeurt er als je dood bent” vroeg ik mijn vader. Hij stopt met roeren in de pan en kijkt van mij weg. Een ogenblik van stilte. Precies op het moment dat hij iets tegen mijn wil zeggen hoor ik een deur open gaan. Mijn moeder stormt in haar roze nachthemd de trap af. “Zulke vragen stel je niet” krijst ze. Ik zie nog het vuur in haar ogen, mijn mond werd meteen gesnoerd. Ik begreep niet waarom mijn moeder zo reageerde, ik stelde toch alleen maar een vraag?

Dit is de eerste herinnering die ik heb over het stellen van vragen. Ik was nieuwsgierig, geïnteresseerd in het leven de wereld en alles wat daarbij hoort, ook de dood. Door het stellen van vragen probeerde ik antwoorden te krijgen, zodat ik het kon bevatten. Zodat ik kon leren en begrijpen, zo jong als ik was zat dit al diep in mij. Terugkijkend op deze gebeurtenis in het nu stel ik mezelf opnieuw de vragen: ‘Hoe kan het dat mijn vader stil viel en mijn moeder zo boos reageerde? Waarom wist ze niet wat ze hiermee aan moest? Riep mijn vraag een angst bij haar op, of speelde er iets anders. 

Na deze gebeurtenis besloot ik voorzichtiger te zijn met het stellen van vragen, af te tasten of ik de vragen kon stellen, of het een geschikt moment was. Ik begon me af te stemmen op de sfeer, de gevoelens van mijn ouders. Ik probeerde de sfeer goed te houden door mij aan te passen aan de verwachtingen van anderen. Verwachtingen die ik dacht te kennen, te zien en te voelen. Steeds verder raakte ik weg bij mezelf en mijn onbevangenheid werd ingeruild voor een gevoel van onveiligheid op het moment dat ik liet zien en vooral liet horen wat mij bezig hield. 

Dit kleine, onbevangen, spontane, nieuwgierige meisje veranderde in een alert, gehoorzaam en serieus mens. 

Ik bleef mezelf vragen stellen en ging op zoek naar antwoorden. Ik kon de antwoorden niet altijd vinden en doordat ik deze vragen ook niet meer zomaar aan andere mensen durfde te stellen, werd ik steeds onzichtbaarder. Rustig, stil en niet aanwezig. 

Ik verstilde en raakte de woorden kwijt.

Uit verbinding, het was te moeilijk en niet veilig. Ik ging steeds meer voelen, pikte veel op in de sfeer om mij heen, in de verbinding tussen andere mensen, binnen mijn gezin. Door deze gevoelens toe te laten kon ik toch de verbinding maken. 

Als ik voldeed aan de verwachtingen van mijn ouders en rustig, stil en gehoorzaam was, geen vragen stelde kreeg ik liefde en erkenning en was ik goed genoeg om te zijn.

Een gebeurtenis die een rode draad is in mijn leven, zo kan ik het nu zien. Een gebeurtenis die laat zien dat het kind Mariëlle op basis van deze ervaringen een besluit nam die in mijn verdere leven van grote invloed zijn geweest. En nu nog af en toe komt de angst van dit meisje in mij voorzichtig weer even om de hoek kijken.

In mijn praktijk kom ik soortgelijke situaties regelmatig tegen. Volwassenen die als kind bepaalde besluiten hebben genomen en daar hun verdere leven bijna dagelijks de consequenties ervan ervaren. Zolang je er geen last van hebt kun je dit heel lang volhouden maar de ervaring leert dat het je op een bepaald moment niet meer dient.

Herken je iets in mijn bovenstaande verhaal en wil je er iets over delen, mail me gerust.

Uit ander hout gesneden

hout, oud, zwaarte
opgeslagen
geur van warmte
tegenstrijdigheid
verscholen in de jaarringen van het leven
wat heeft zich genesteld en zoekt een warm en beschut onderkomen?
aanwezig zijn, bewust, een inzicht
lang genoeg gedragen
teruggeven; in liefde
vergeving

Vroeger, wanneer de schemer zijn intrede deed en ik in mijn bed weggedoken onder mijn donzen dekbed lag, schreef ik gedichten. Het gaf mij de ruimte om woorden te geven aan mijn gevoelens. Zonder oordeel, met een schrijfblok op schoot en mijn lievelingspen in de hand. Zijn met mezelf, veilig, tot die zwoele zomeravond in augustus. Mijn zielenroerselen werden ontdekt door mijn moeder nadat ik boos -na een ruzie- het huis had verlaten. Ze verscheurde de vellen papier met mijn zorgvuldig gekozen woorden in honderdduizend stukjes. Mijn gevoelens, mijn IK, verdwenen zonder pardon in de grijze afvalcontainer. Ik heb het nooit kunnen begrijpen.

Wat maakte dat mijn moeder mijn schrijfsels verscheurde? Was het te confronterend? Kon ze het niet zien?

Alle vragen kan ik nu bevestigen met een volmondige JA. Mijn moeder heeft als kind en in haar volwassen leven veel meegemaakt. Het werkelijke voelen en daar woorden aan geven was voor haar onmogelijk. Ze sloot zich op in zichzelf. Metselde een ijzersterke muur om zich heen en haar laatste beetje liefde versteende. 

Misschien was dit haar manier om zich te beschermen tegen al het kwaad uit de boze buitenwereld. Ze heeft mij willen behoeden voor dit verdriet en deze pijn. Met alle goede bedoelingen, zo kan ik het nu zien.
“Dank je wel mam, voor je lessen, je hebt gedaan wat jij dacht dat het juiste was”. Ik heb één vraag: 

“Kun je nog liefdevol naar mij kijken als ik het anders doe?”

Een terugblik op een ingrijpend moment uit mijn jeugd. Dankbaarheid kan ik voelen omdat ik nu van een afstandje en met een open blik naar die situatie kan kijken. Zonder pijn kijken naar de gevoelige en gekwetste tiener die ik toen was. Het brengt mij rust en ruimte voor bezinning en (zelf)reflectie. Het is de kunst om niet te blijven hangen in het gevoel van toen. Mezelf bij de kladden pakken en te zijn, in het NU. Ik wil mijn eigen keuzes maken en mijn dromen realiseren. Recht geven aan wie ik ben, waar ik het verschil wil maken en mijn verlangens laten spreken.

zachte landing
overzicht
bescherming
steun en vertrouwen
ingrediënten voor het leven
nieuw, nog een beetje vreemd
zin in, ik kom eraan!

Ik besef dat ik vaak geen eigen keuzes durf te maken en het uitspreken van mijn verlangens me nóg meer moeite kost. Ruim 40 jaar lang ben ik gewend om rekening te houden met anderen, me af te stemmen en in te voelen wat de ander nodig heeft. Eén van de  overtuigingen die ik heb meegekregen vanuit mijn familiesysteem is dat het egoïstisch is om jezelf op nummer één te zetten. Het is een hels karwei om dit te veranderen. Dat vereist naast discipline en de wil om het anders te doen veel zelfreflectie. Na een jarenlang strijd ben ik bereid om deze keuze te maken. Ik voel een sterk verlangen om mijn eigen mening, keuzes en dromen te erkennen en weet dat ik dan niet egoïstisch, maar een veel leuker mens ben.

En dan draait mijn blik richting de toekomst:  Hoe wil ik dat die eruit ziet? Waar heb ik invloed op? Hoe wil ik zijn? Hoe wil ik leven? Wat vind ik belangrijk?

En dan blijft er slechts een boodschap over: De weg ligt open, vol mogelijkheden, gebruik deze, maak je eigen keuzes en bewandel je eigen pad. Je hoeft het niet alleen te doen, vraag om hulp. Wat heb je nodig? Er zijn obstakels, omgevallen bomen op je weg, zij willen je iets vertellen. Luister, heb vertrouwen, verbind je met liefde en laat je verwonderen.

stevig, robuust, geaard, sterk en in zachtheid
zuurstof, een pad, omgeven door liefde
waar naar toe? maakt het uit?
ik ga mijn weg, alleen en ook samen
dromen, verlangen en verwondering

Voorbijgaande wolken

Een vorstige dag in januari. Op de auto’s voor mijn huis ligt een dunne witte deken. Ik staar naar de blauwe lucht. Kleine witte wolken drijven voorbij en kijken me vriendelijk aan. Ik voel een glimlach. Fascinerend om te zien, die bewegende vormen die veranderen in beelden. Ik zie een baby, een hond en in de verte een engel. Dit neemt me mee terug in de tijd. Ik heb ineens heimwee naar het achtjarige meisje dat op haar rug ligt in het hoge, prikkende helmgras. Ze kijkt naar de wolken.
Alleen zijn met de natuur. Fantaseren over de vormen van de wolken, hoe ze voorbij drijven en haar zorgen meenemen op hun reis. Het symboliseert rust en vrijheid.

‘’Geen wolkje aan de lucht’

Plots, uit het niets, hoor ik de zin ‘geen wolkje aan de lucht.’ De zin blijft door mijn hoofd zoemen en dan plopt een vraag op: Is dat de werkelijkheid? is er werkelijk geen wolkje aan de lucht?
Enige tijd houden deze vragen me bezig en nemen mij uiteindelijk mee naar een kille avond in november, ruim 25 jaar geleden. Na een drukke avonddienst in het ziekenhuis loop ik vermoeid en ietwat bedrukt naar mijn Volkswagen op de parkeerplaats. Ik voel het laatste stukje energie uit me wegglijden en besef dat ik totaal niet happy ben. Een neerslachtig en verdrietig gevoel overheerst. Ik wil maar één ding en dat is naar huis.

Een dun laagje ijs bedekt de voorruit. Ik neem het ter kennisgeving aan en open het portier, steek de sleutel in het contact en start de auto. Alles op de automatisch piloot. Ik rijd het parkeerterrein af en dan opeens…een harde klap. Even is het doodstil. Verdwaasd kijk ik om mijn heen en dan realiseer ik me wat er is gebeurd. Zonder mijn voorruit te krabben ben ik gaan rijden en bruut tot stilstand gekomen tegen een paaltje. Hoe ik uiteindelijk thuis ben gekomen weet ik niet meer, het enige dat ik me nog herinner is dat ik huilend tegenover mijn geschrokken man stond.
”Ik kan niet meer, ik heb nu hulp nodig”

Dit moment bleek naast het einde van een bewogen jaar het begin van een zwaar én leerzaam jaar.

Als de sneeuwklokjes hun kopjes boven de grond uitsteken kopen we ons eerste huis en klussen ieder vrij uurtje om het om te toveren tot ons thuis. We hebben allebei een leuke baan. We genieten van de voorpret rond ons aanstaande huwelijk. De toekomst lacht ons toe. Helaas neemt het geluk een andere wending. Mijn twee opa’s worden kort na elkaar ongeneeslijk ziek en overlijden na een kort ziekbed. Ik ben nauw betrokken bij hun afscheid en probeer voor iedereen in de familie de steun en toeverlaat te zijn.

Wat was er toch gebeurd? Hoe heb ik het zover laten komen? Wat maakte dat ik mijn grenzen niet herkende?

Ik hield mij staande door me voortdurend aan te passen en te voldoen aan de verwachtingen die ik dacht dat collega’s en familie van mij hadden. Ondertussen lag ik op mijn vrije dagen alleen maar in bed, totaal uitgeput. Ik raakte de verbinding met mezelf en mijn omgeving steeds meer kwijt. In de overlevingsstand probeerde ik uit alle macht overeind te blijven, bang om te vallen als ik toe zou geven aan mijn vermoeidheid.

Tot die bewuste avond waar ik abrupt tot stilstand werd gebracht tegen een paaltje.
Daar zat ik, ineengedoken in het hoekje van mijn nieuwe bank, voor mij uit te staren. Pas getrouwd, in een prachtig huis en ik voelde mij stok-ongelukkig. Ik sliep, sprak en at niet meer en vroeg mij regelmatig af: Wat is de zin van het leven? Mijn ouders begrepen er niets van, ik had immers alles wat mijn hartje begeerde, hoe kon ik mij nu zo ongelukkig voelen. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen maar door hun ongevraagde adviezen voelde ik me nog ellendiger en verstilde meer. Als één grauwe deken die zich om me heen had gewikkeld en waar ik niet uit kon ontsnappen.

Mijn roep om hulp werd niet gehoord door de professionele hulpverlening, zo voelde het. Ik kreeg een paar pillen en moest twee maanden wachten voor mijn eerste gesprek bij een psycholoog. Als ik terug kijk waren dit twee vreselijke maanden, maar het was ook functioneel. Letterlijk en figuurlijk tot stilstand gebracht worden, de bodem van de put zien om van daaruit tree voor tree langs de touwladder naar boven te klimmen. Mijn wilskracht werd als een innerlijk vuur ontstoken en maakte mij ronduit duidelijk dat er slechts één weg is. Pak die touwladder en begin te klauteren.

Herken je dit? Of helemaal niet?

Misschien herken je iets in mijn verhaal of totaal niet. Roept het vragen of weerstand op. Alles is oké. Ik voel de noodzaak om mijn ervaring te delen en een taboe te doorbreken.

In gesprekken met vriendinnen en ook in mijn praktijk hoor ik regelmatig de worsteling tussen gevoel en verstand. Enerzijds het verlangen om contact te maken met je gevoel en anderzijds continue te willen voldoen aan de verwachtingen van anderen.
Je zit niet lekker in je vel, voelt je moe en bent continu aan het piekeren over hoe het komt dat je je zo voelt. Je ervaart het als een teken van zwakte wanneer je je gevoel uitspreekt. ‘Een ander zit niet te wachten op jouw vervelende gevoel, niet lullen maar poetsen’. Deze overtuigingen zijn mij niet vreemd en dwalen mogelijk ook door jouw hoofd. Tegenwoordig weet ik er mee om te gaan. Ik hoor ze, bedank ze voor hun aanwezigheid en laat ze weer gaan, als voorbijgaande wolken. Dat klinkt misschien wollig, maar het werkt écht en dat gun ik jou ook. Uiteindelijk gaat het om balans vinden, tussen het erkennen van je gevoel en het maken van de keuze die op dat moment voor jou goed voelt.

Ik loop naar het raam en tuur over het kanaal dat voor ons huis ligt. In de weerspiegeling van het water zie ik de wolken wegdrijven. Lichtbundels weerkaatsen op het water. Ik blik omhoog en zie dat de wolken plaats maken voor een waterig zonnetje. Een warm gevoel vult mijn lichaam met hoop, liefde en dankbaarheid. 

Vervelende perioden in je leven zijn als voorbijgaande wolken.